Scott Kirby, CEO van United Airlines, heeft onlangs een provocerend nieuw verhaal geïntroduceerd om de enorme consolidatie van de sector te rechtvaardigen: het bestaan van een handelstekort van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij.

Terwijl Kirby de oprichting van een ‘megaluchtvaartmaatschappij’ beschouwt als een patriottische noodzaak om de Amerikaanse werknemers en de luchtvaart te beschermen, trekken analisten uit de sector de logica achter zijn beweringen in twijfel. Is dit een echte economische zorg, of is het een strategische manoeuvre die bedoeld is om een ​​beroep te doen op een specifiek politiek klimaat?

Het kernargument: een “tekort” in de lucht

In een recent interview met CNBC schetste Kirby een visie voor een enorme Amerikaanse luchtvaartmaatschappij die wereldwijd kan concurreren. Zijn centrale klacht is de huidige onevenwichtigheid in het internationale langeafstandsverkeer. Volgens Kirby:

  • Buitenlandse dominantie: Internationale luchtvaartmaatschappijen exploiteren momenteel ongeveer 65% van de langeafstandsvluchten naar de Verenigde Staten.
  • Demografische gegevens van passagiers: Slechts ongeveer 40% van die passagiers is afkomstig uit de landen waar deze buitenlandse luchtvaartmaatschappijen zijn gevestigd.
  • Het ‘tekort’: Kirby beschouwt dit als een ‘handelstekort’ dat de Amerikaanse luchtvaart en Amerikaanse werknemers schaadt, wat suggereert dat een enorme, geconsolideerde Amerikaanse luchtvaartmaatschappij de enige manier is om marktaandeel terug te winnen.

Door de taal van ‘handelstekorten’ te gebruiken, lijkt Kirby zijn bedrijfsstrategie op één lijn te brengen met de ‘America First’** politieke retoriek die vaak wordt verdedigd door de regering-Trump, die vaak gebruik maakt van tariefbeleid om soortgelijke onevenwichtigheden in andere sectoren aan te pakken.

Waarom de logica van het handelstekort gebrekkig is

Critici en deskundigen uit de sector beweren dat Kirby’s vergelijking met traditionele handelstekorten voorbijgaat aan de fundamentele realiteit van de luchtvaartindustrie. Er zijn verschillende redenen waarom zijn argument onder onderzoek geen stand houdt:

1. Het kostennadeel is een functie, geen bug

De reden dat Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen moeite hebben om de stoelcapaciteit van buitenlandse luchtvaartmaatschappijen te evenaren, is niet noodzakelijkerwijs alleen te wijten aan oneerlijke subsidies; het wordt grotendeels veroorzaakt door hogere operationele kosten. Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen betalen aanzienlijk hogere lonen; wide-body captains kunnen bijvoorbeeld jaarlijks meer dan $400.000 verdienen. Hoewel dit de Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen qua volume minder ‘concurrerend’ maakt, is dit een direct gevolg van een robuustere arbeidsmarkt voor Amerikaanse luchtvaartarbeiders.

2. De “outsourcing”-paradox

Jarenlang hebben Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen daadwerkelijk geprofiteerd van de aanwezigheid van buitenlandse partners. Via joint ventures en aandelenallianties (zoals die met Aeromexico of Virgin Atlantic) delen Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hun inkomsten en boren ze internationale markten aan zonder de enorme kapitaaluitgaven die het vliegen met hun eigen vliegtuigen met zich meebrengt. Ze ‘outsourcen’ in wezen een groot deel van het langeafstandsvliegen, terwijl ze nog steeds de winst binnenhalen via loyaliteitsprogramma’s.

3. Schaal is niet gelijk aan capaciteit

Kirby suggereert dat het samenvoegen van grote luchtvaartmaatschappijen als United en American het probleem zou oplossen. Echter, consolidatie vergroot niet inherent de capaciteit. Als United en American zouden fuseren, zouden ze in totaal waarschijnlijk niet meer stoelen vliegen dan ze afzonderlijk doen; ze zouden eenvoudigweg een groter deel van de bestaande markt bezitten. In een gigantisch land als de VS garandeert één enkele ‘megamaatschappij’ geen betere service of meer vluchten; het leidt vaak tot verminderde concurrentie.

Het consumentenperspectief: concurrentie versus trots

Misschien wel de belangrijkste kloof in Kirby’s betoog is de kloof tussen bedrijfsdoelen en consumentenbehoeften.

“Amerikanen willen niet dat één luchtvaartmaatschappij ‘trots’ is; ze willen concurrentie, want dat zorgt voor lagere tarieven en betere producten.”

In de luchtvaartindustrie wordt een gezonde concurrentie in stand gehouden door middel van complexe allianties die luchtvaartmaatschappijen in staat stellen in verschillende regio’s te concurreren. Critici beweren dat het creëren van een Amerikaans monopolie of duopolie feitelijk meer marktaandeel zou overdragen aan buitenlandse luchtvaartmaatschappijen die buiten deze specifieke in de VS gevestigde joint ventures zitten, waardoor het ‘tekort’ dat Kirby probeert op te lossen mogelijk nog groter wordt.

Conclusie

Scott Kirby probeert de consolidatie van luchtvaartmaatschappijen te herdefiniëren als een kwestie van nationale economische veiligheid. Door hoge arbeidskosten en complexe mondiale allianties echter te verwarren met een ‘handelstekort’, berust zijn betoog meer op politieke branding dan op de economische realiteit van de manier waarop luchtvaartmaatschappijen daadwerkelijk opereren en concurreren.